Nordsvensk häst - Het veelzijdige paard

Geschiedenis

De Nordsvensk( Het Noordzweedse paard) stamt oorspronkelijk af van de plattelandspaarden uit de diverse streken van Zweden. Deze paarden werden voornamelijk gebruikt voor de bos- en landbouw en oorlogvoering. Iedere streek had wel zijn eigen variant maar in oorsprong behoorden ze allemaal tot hetzelfde ras.
In de 19e eeuw werden de locale paarden steeds vaker willekeurig gekruisd met andere Europese rassen , zoals de Ardenner, omdat deze zwaarder gebouwd waren en hierdoor werden de inheemse paarden praktisch verdrongen.
In het begin van de 20e eeuw beseften enkele paardenliefhebbers dat het ras spoedig zou uitsterven als er geen actie zou worden ondernomen. Onder leiding van professor Wilhelm Hallander startten zij in 1903 in Wången een fokprogramma en werd begonnen met de reconstructie van het Nordsvensk Häst. Met behulp van het aanverwante ras, het Døle paard, uit het naburige Noorwegen is het inmiddels uitgegroeid tot een succesvol ras.

Door de opkomst van mechanisatie werd de vraag naar werkpaarden minder en werden de paarden steeds meer voor recreatieve doeleinden gebruikt. De belangstelling voor de drafsport nam toe en om de Noordzweden hier ook voor te kunnen gebruiken ging men steeds vaker fokken op een lichter gewicht en snelheid. Dit gaf wel een probleem voor de rasbeschrijving in het stamboek omdat de werkpaarden natuurlijk andere kenmerken moesten bezitten dan die van de dravers. Daarom is in 1964 besloten het ras onder te verdelen in 2 soorten:
- De kallblodstravare, de koudbloed dravers
- De brukshästras, de werkpaarden

Uiterlijk

De Noordzweed is een middelgrote koudbloed. De gemiddelde stokmaat is ongeveer 1.55 meter, maar kan variëren vooral bij merries. Gewichten liggen rond de 600 kilo. De meestvoorkomende kleuren zijn bruin en zwart. Toch zijn met uitzondering van schimmel alle kleuren toegestaan.
Ze hebben een lichte ogenkring en een lichte snuit welke in het engels "mealy" (meelmond) wordt genoemd. Ook het zwarte kleurverloop op de benen is heel bijzonder. Ze hebben een uitbundige staart en manen en ook behoorlijk behang aan de benen. Ze zijn gespierd, met een ietwat lange rug, brede schouders en sterke gewrichten welke hem geschikt maken als trekpaard. De bewegingen zijn energiek en rhytmisch.

Veelzijdig

De Noordzweed is een allround paard met vele mogelijkheden. Het kan gebruikt worden voor veel takken van de paardensport zoals dressuur, springen en western riding. Uiteraard zijn zij ook zeer geschikt om mee te mennen. De Noordzweed staat bekend om zijn vaste stap en kan iedere terreinsoort aan waardoor hij perfect is voor buitenritten. Door zijn grote kracht zijn ook zwaardere ruiters geen probleem. Dit alles, gecombineerd met een rustig temperament maken hem erg geschikt voor het gebruik in een manege of voor gehandicapte ruiters. Kortom, voldoende redenen om een Noordzweed aan te schaffen.

Stamboek

Het stamboek wordt beheerd door de FNH, Föreningen Nordsvenska Hästen. Alle Noorzweden worden allereerst opgenomen in de basis registratie van het stamboek. Daarnaast bestaat de mogelijkheid ze op keuringsdagen in het hengsten- of merriestamboek te laten opnemen. Hiervoor worden zij uitgebreid lichamelijk getest, waaronder voor hengsten een verplichte röntgenfoto om hoefafwijkingen uit te sluiten. Ook moeten zowel merries als hengsten een trekproef ondergaan. Dit alles heeft geleid tot het hedendaagse energieke, gezonde, volhardende, vruchtbare, kalme en betrouwbare Noordzweedse paard